Achtergrond

Voor explosieveilige apparatuur geldt in principe per land verschillende regelgeving. In de EU is dit echter met het van kracht worden van de ATEX richtlijn geharmoniseerd.

 

Exalon Delft heeft ruime ervaring met het ontwerpen, certificeren en in productie brengen van wereldwijd toegelaten apparatuur voor in explosiegevaarlijke omgevingen.

ATEX

Vanaf 1 juli 2003 is in de Europese Unie de ATEX richtlijn van kracht. Een explosiegevaarlijk gebied wordt hierbij ingedeeld in Zones (0, 1 of 2 voor gassen, 20, 21 of 22 voor stof).

 

Apparatuur wordt volgens deze richtlijn ingedeeld in categorieŽn van beschermingsklassen, die overeenkomen met de Zones waarin deze mag worden gebruikt. Daarachter volgt een aanduiding van de beschermingswijze.

 

Op de markering komt dan bijvoorbeeld te staan II 1 G EEx ia IIC T4 om aan te geven dat de betreffende apparatuur niet voor mijnen is bedoeld, in een zeer hoge beschermingscategorie valt die geschikt is voor Zone 0 (gas). De bescherming is gebaseerd op intrinsieke veiligheid voor gassen en dampen met een ontstekingsenergie vanaf 40 uJ en een ontbrandingstemperatuur vanaf 135 įC.

NEC500/505

In de VS geldt de National Electric Code. De NEC500 verdeeld een explosiegevaarlijk gebied in Divisies, waarbij Divisie 1 ongeveer overeenkomt met Zone 0 en Zone 1 samengevoegd. Divisie 2 komt dan overeen met Zone 2. Als beschermingswijzen komen vaak in aanmerking "Explosion proof (~ Ex d)" en "Intrinisic Safety (~Ex ia)". Er zijn geen equivalenten van Ex m en Ex e onder deze regelgeving.

 

De NEC505 deelt het explosiegevaarlijke gebied ook in in Zones, en staat vrijwel identieke beschermingswijzen toe als onder de ATEX.

Ex en de rest van de wereld

Apparatuur die voldoet aan ATEX en FM normen moet in andere landen weliswaar vaak apart gecertificeerd worden, maar dit levert in de regel nauwelijks technische problemen op. Uiteraard kost het dan wel de nodige tijd en moeite.